Wat is de betekenis van het recht op deelname aan het culturele leven?
Het recht om deel te nemen aan het culturele leven houdt eerst en vooral in dat eenieder het recht heeft om zijn/haar eigen cultuur te beleven. Beleven wil zeggen dat men zijn/haar tradities in eer mag houden. Men heeft ook het recht om de eigen godsdienst te belijden en in de praktijk te brengen. De enige beperking hierop is dat de mensenrechten gerespecteerd moeten worden bij de uitoefening van de godsdienst. Staten kunnen ook beperkingen opleggen bij de beoefening van hun cultuur of godsdienst. Deze beperkingen moeten wel in de wet staan, noodzakelijk zijn in een democratische samenleving en een legitiem doel hebben (bijvoorbeeld ter bescherming openbare orde). Rituele slachtingen bijvoorbeeld mogen in België niet zomaar overal plaatsvinden.
Verder is iedereen vrij om zich te uiten in de taal van zijn/haar keuze. Dit uiten is niet enkel mondeling, het kan ook in de vorm van een geschrift of kunstwerk zijn. Men mag zijn/haar werk ook verspreiden. Daarbij heeft men recht op bescherming van de overheid. Zodat niemand vervolgd kan worden voor het uiten van zijn/haar mening (in welke vorm dan ook). ‘Hate speech’ (het aanzetten tot haat of geweld) valt niet onder de vrijheid van meningsuiting en kan dus wel strafbaar worden gesteld.
Het laatste aspect van het recht om deel te nemen aan het culturele leven, is dat men vrij is om te genieten van de voordelen van de wetenschappelijke vooruitgang en de toepassing ervan. Dit houdt ook in dat iedereen recht heeft op onderwijs/informatie over de nieuwe ontwikkelingen op het vlak van techniek en wetenschap. Vooral dan over zaken die noodzakelijk zijn om een menswaardig bestaan te kunnen hebben. Bijvoorbeeld: betere manieren om voedsel te bewaren, nieuwe geneesmiddelen, enz.