Wat is de betekenis van het recht op vrij zijn van foltering?
Dit recht houdt niet alleen in dat er niet gefolterd mag worden, maar ook dat niemand vernederend of onmenselijk behandeld mag worden. Gefolterd worden betekent dat iemand bewust zeer ernstig lichamelijk of psychologisch lijden wordt toegebracht. Een onmenselijke en vernederende behandeling is minder erg dan folteren maar toch ernstig genoeg voor het slachtoffer. Niemand mag aan medische of wetenschappelijke experimenten worden onderworpen zonder dat hij/zij daarvoor zijn/haar toestemming gegeven heeft.
Het verbod op foltering is een absoluut verbod. Het geldt dus ook ten tijde van oorlog en voor personen die zich in gevangenschap bevinden. Gevangenen hebben het recht om voldoende te eten, te drinken, ruimte en beweging te krijgen, met respect behandeld te worden enz. Gevangenen kunnen onderworpen worden aan fouillering (bijvoorbeeld als er vermoed wordt dat ze drugs gebruiken of als ze terugkomen uit penitentiair verlof), maar deze fouillering mag niet vernederend zijn. Zo zal de fouillering van een mannelijke gevangene door een mannelijke bewaker moeten gebeuren en mag de fouillering bijvoorbeeld niet vijf maal per dag gebeuren, enz. Opgesloten zijn is geen aangename ervaring en veroorzaakt een zekere vorm van lijden voor de gevangene. Dit leed wordt echter niet gekwalificeerd als foltering of een onmenselijke of vernederende behandeling.
Dit recht houdt voor de staat meer in dan zelf niet folteren of iemand vernederend of onmenselijk behandelen. De staat moet er ook op toezien dat politie en burgers dit recht niet schenden. Soms vraagt een ander land om een gevangene uit te leveren. Dit gebeurt meestal als iemand die hier opgepakt wordt in een ander land een zwaar misdrijf heeft gepleegd. In zo een geval moet ons land eerst nagaan of er in dat land voor de gevangene geen risico bestaat om blootgesteld te worden aan een vernederende/onmenselijke behandeling of foltering. Wanneer dat risico bestaat, mag men deze gevangene niet uitleveren. Doet men het toch, dan schendt het de mensenrechten en kan men veroordeeld worden.
Met de opkomst van het terrorisme ligt het verbod op foltering onder vuur. Een aantal staten vinden dat het verbod minder streng zou moeten zijn in de bestrijding van het terrorisme, omdat terrorisme veel schade aan de burgers kan toebrengen. Het gevaar bestaat dat staten bepaalde personen, die het oneens zijn met het beleid, als terrorist gaan beschouwen om zo het verbod minder streng te moeten toepassen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en ook de Verenigde Naties steunen deze zienswijze niet. Zo wordt het absoluut karakter van dit verbod gegarandeerd. Toch kunnen we vaststellen dat nog veel landen dit verbod overtreden.