Wat is de betekenis van het recht op gezondheidszorg?

Het recht op gezondheidszorg is geen recht om gezond te zijn, wel het recht op medische en sociale zorg (zoals bijstand van het OCMW). Dit recht hangt nauw samen met het recht op voedsel, drinken en huisvesting, omdat dit elementen zijn die mee de gezondheidstoestand bepalen.

Dit recht houdt in dat gezondheidszorg beschikbaar en toegankelijk moet zijn voor iedereen. Om toegankelijk te zijn, moet de gezondheidszorg betaalbaar zijn, zodat ook de minder gegoeden er een beroep op kunnen doen. Dit recht moet zonder discriminatie worden toegepast. Er mogen dus geen groepen worden uitgesloten. Dat gezondheidszorg beschikbaar moet zijn wil zeggen dat er genoeg faciliteiten (zoals ziekenhuizen) voorhanden moeten zijn. De infrastructuur mag zich niet op een te grote afstand bevinden.

Er zijn beperkingen mogelijk. Deze moeten in de wet staan en strikt noodzakelijk zijn voor het bevorderen van het algemeen welzijn in een democratische samenleving. Ook moeten ze proportioneel zijn. Indien er verschillende oplossingen zijn, moet de minst beperkende worden gekozen, zodat het recht op gezondheidszorg niet te erg geschaad wordt.

Dit recht is één van de economische, sociale en culturele rechten. Economische, sociale en culturele rechten zijn gericht op de geleidelijke verwezenlijking ervan. Staten moeten het recht steeds vollediger proberen te realiseren. Dit wil zeggen dat ze in functie van de beschikbare middelen zoveel mogelijk moeten doen om het recht te realiseren of stappen in die richting te zetten. Ze zijn niet verplicht om het recht direct te realiseren, gezien dit voor de meeste landen financieel niet haalbaar is. Er zijn wel een aantal verplichtingen. Zo is er het ‘standstill’-beginsel: het verbod om maatregelen te nemen die een aanzienlijke achteruitgang zouden betekenen. Landen zijn daarnaast ook verplicht om het recht te eerbiedigen: ze mogen bepaalde handelingen, die het recht zouden kunnen schenden, niet stellen. Dit recht heeft geen rechtstreekse werking in zijn geheel. Enkel de aspecten die de overheid direct moet realiseren hebben rechtstreekse werking. Wanneer een recht geen rechtstreekse werking heeft, kan het niet door nationale rechters worden toegepast.

Het recht op gezondheidszorg kan soms toch rechtstreekse werking hebben in zijn geheel, omdat door dit recht te schenden andere mensenrechten ook in gevaar gebracht kunnen worden. Denk maar aan het recht op leven indien een gevangene of een illegaal in het land verblijvende persoon geen medische behandeling krijgt die levensnoodzakelijk is.