Wat is de betekenis van het recht op voedsel, drinken en huisvesting?
Het recht op voedsel en drinken houdt in dat ieder mens in staat moet zijn om voldoende voedsel van goede kwaliteit te hebben, zodat hij/zij gezond kan blijven. Dit wil zeggen dat de staat ervoor moet zorgen dat er voldoende voedsel en water ter beschikking is. Voedsel en water moeten ook toegankelijk zijn. Dit wil zeggen dat het betaalbaar en bereikbaar moet zijn voor iedereen. Dit recht wordt in veel landen nog niet gerealiseerd.
Het recht op huisvesting is het recht van ieder mens om zeker te zijn van een dak boven het hoofd. De overheid kan mensen niet zomaar uit hun woning zetten. De overheid moet proberen om ervoor te zorgen dat dit recht toegankelijk wordt voor iedereen. Dat houdt in dat ze ervoor moet zorgen dat de huishuur (en dergelijke) niet te hoog wordt of dat er goedkopere alternatieven zijn. Ook is het haar taak om ervoor te zorgen dat woningen voldoen aan bepaalde minimum kwaliteitseisen (licht, water en gas moeten bijvoorbeeld ter beschikking zijn). Indien dit recht gerealiseerd wordt, zou iedereen dus in een kwaliteitsvolle woonst kunnen leven tegen een redelijke prijs. Voor de verwezenlijking van dit recht is er nog veel werk aan de winkel, en dat niet enkel in derde wereldlanden.
Dit recht is één van de economische, sociale en culturele rechten. Economische, sociale en culturele rechten zijn gericht op de geleidelijke verwezenlijking ervan. Staten moeten het recht steeds vollediger proberen te realiseren. Dit wil zeggen dat ze in functie van de beschikbare middelen zoveel mogelijk moeten doen om dit recht te realiseren of stappen in die richting te zetten. Staten zijn niet verplicht om het recht direct te realiseren, gezien dit voor de meeste landen financieel niet haalbaar is. Er zijn wel een aantal verplichtingen. Zo is er het ‘standstill’-beginsel: het verbod om maatregelen te nemen die een aanzienlijke achteruitgang zouden betekenen. Landen zijn daarnaast ook verplicht om het recht te eerbiedigen: ze mogen bepaalde handelingen, die het recht zouden kunnen schenden, niet stellen. Dit recht heeft geen rechtstreekse werking in zijn geheel. Enkel de aspecten die de overheid direct moet realiseren hebben rechtstreekse werking. Wanneer een recht geen rechtstreekse werking heeft, kan het niet door nationale rechters worden toegepast.